‘Elke therapeut valt nu en dan in de Berenkuil. Het bewijst dat zij niet alleen therapeut, maar ook mens is. Wanneer je het bijvoorbeeld als therapeut erg belangrijk vindt om te bewijzen dat je van goede wil bent of dat je een situatie aankunt, die je niet aankunt, of wanneer je de verdedigingsmechanismen van je cliënten wilt doorbreken in plaats van ze alleen maar duidelijk te situeren, dan lig je er binnen drie tellen in.’
Bruno-Paul de Roeck in Gras onder mijn voeten (1975)
Tja, nadenkend over gisteren – 10 april 2010 – kwam ik tot de conclusie dat ik weer in deze kuil ben gevallen. Het gebeurt me bijna altijd als er een nieuwe cliënt is, die ik wil bewijzen hoe ‘goed’ ik ben. Het betekent in wezen gewoon het begin van een nieuw therapeut - cliënt proces. Een fase waarin het vooral gaat over wat de Nederlands Vlaamse Associatie voor Gestalt Therpie en Theorie in de folder als volgt verwoordt:
Volgens de Gestalttheorie is contact even noodzakelijk voor mensen als zuurstof en water. Om die reden wordt de Gestalttherapie de psychotherapie van het contact genoemd. Uitgangspunt is dat een mens een onlosmakelijk onderdeel is van zijn omgeving die gezin, werk, vrienden en de rest van de wereld omvat. Volgens de Gestaltbenadering ervaren mensen psychische problemen wanneer het contact met hun omgeving verstoord is en ze niet in staat zijn om dat te herstellen. Deze opvatting is anders dan die van de meeste psychotherapieën die psychische problemen zien als een verstoring van het geestelijk evenwicht.
Wanneer u kiest voor de Gestaltbenadering, zult u merken dat de therapeut niet alleen bij uw problemen zelf stilstaat, maar juist meer nadruk legt op de manier waarop u ze ervaart, welke betekenis ze hebben in uw leven en hoe u ermee omgaat.
De aandacht is vooral gericht op wat uw zintuigen waarnemen en wat u lijfelijk ervaart. Dat geeft vaak een passender antwoord op levensvragen dan uw gedachtes. Door u te concentreren op het lichamelijke en zintuiglijke, leert u om opnieuw contact te maken met uw eigen beleving en op een creatieve manier met uw problemen om te gaan.
Gestalttherapie is daarom een boeiend proces, dat soms pijnlijk en confronterend is, maar ook humoristisch en bevrijdend.
Ik kan mijn intenties zelf niet beter verwoorden. Het is ook wat ‘gisteren’ in de groep speelde.
Bruno-Paul de R. in het hoofdstuk De Onwillige Cliënt :
‘Therapeut, pas op voor de berenkuil!’ wat wil zeggen: ‘Therapeut, zorg goed voor
jezelf. Laat je energie niet wegzuigen wanneer je er geen gat in ziet. Als je geen spoor vindt van de echte behoefte van de cliënt, laat het dan maar beter zitten. Beter dáár
stoppen dan je dood draven op één van de duizenden zijsporen die een intelligente cliënt
je kan aanbieden.’
Als ik deze wijsheid had opgevolgd, in plaats van bang te worden dat jullie ontevreden de deur uit zouden gaan, waren we eerder op het pad van de irritaties gekomen en hadden we meer tijd gehad om de diepere gronden te onderzoeken.
Het brengt me bij het begin van het hoofdstuk waarin Bruno stelt:
‘Wanneer wij klem geraakt zijn, bestaat onze voornaamste taak hieruit dat wij ontdekken hoe wij onszelf in de klem houden. Dit is echter niet zo eenvoudig als het misschien wel klinkt. Want: we zijn bang om de impasse (= de verwarring, het niet weten) in te gaan. Wij hebben een eindeloze rij van gedragspatronen ontwikkeld waarmee wij onze omgeving manipuleren om in het patroon te blijven waarin we sinds lang vastzitten.’
Het grappige is dat deze tekst zowel over cliënt als therapeut zijn gaat. Als cliënt kun je net zo makkelijke in deze kuil vallen als ik in mijn rol van therapeut. Het gaat namelijk over het in standhouden van ons slachtofferschap uit angst niet gezien te worden door de andere leden van de groep.
Bruno (pag. 59):
‘Het kan ook gebeuren, dat we niet meer zo goed weten ‘hoe het moet’ tegenover
onszelf, tegenover een partner of tegenover de omgeving. De therapeut moet dan een soort waakzame bondgenoot zijn om mee te luisteren en te kijken, zodat we met haar/zijn hulp eerder ontdekken wat onze echte behoeften zijn en onszelf een boel leed besparen door niet telkens te moeten vaststellen dat wat wij dachten nodig te hebben, niet blijkt te zijn wat we écht missen.’
Voor de anderen of voor ons zelf is het zo klaar als een klontje:
wij zijn en moeten ons schikken in de rol van zondebok of de ander is schuldig en hij/zij zal zich in deze rol moeten schikken.
Bruno: ‘Het is niet verwonderlijk dat therapeuten, wanneer ze merken dat ze erin getrapt zijn, boos worden op de cliënt (projectie) omdat de cliënt zelf de touwtjes in handen heeft gehouden en niet doet wat de therapeut wil.’
Bruno gaat verder door te vertellen dat hij als cliënt een beroemde berenvanger was. Eerst sloeg hij zich om de oren als er weer een beroemde therapeut was vastgelopen. ‘Maar,’ schrijft hij ‘ik voel me er echter beter bij wanneer ik hun scalpen als trofeeën beschouw.’
Als ik deze uitspraak op mezelf en jullie betrek, dan moet ik toegeven dat ik inderdaad kwaad was omdat wat ik wilde bieden niet aan leek te komen. Het is pijnlijk om te beseffen hoe makkelijk ik als therapeuten te verleiden ben als het gaat om mijn integriteit en goede wil te tonen. Als ik en wij als groep bang zijn voor de impasse (het conflict, de ruzie, de storing), moeten we wel manipuleren en dat is paradoxaal genoeg precies wat we niet willen.